Aflevering 56: Het Wezen op de Ben MacDui



What is this thing Which haunts the cold grey mists Above MacDhui’s frowning cliffs? Is it some great phantom Of an ageless giant Which no man can face? What is it that sounds Above the echo of human footsteps To make the climber pause! And Listen Yet fear to look back? Is it the ghost of oud inner slef Set free on some wild flight of phantasy? No ne knows The secret is kept In the bosom of the hills

A.G. Duthie schreef dit na een bezoek te brengen aan de Ben MacDui, hij doopte het Ferla Mór, wat evenveel betekent als Grote Grijze Man.


Deze case zat al een hele tijd in mijn achterhoofd, ik had ooit de beknopte versie gehoord en wou persé zelf eens onderzoek kunnen doen naar wat op het eerste zicht een West-Europese Sasquatch leek.

Zoals in de aflevering vermeld begint het verhaal echt bekend te worden door de speech van John Norman Collie in de Cairngorm Cub. Wie de man opzoekt zal veel meer vinden dan zijn encounter met de grijze man, hij had veel bereikt doorheen zijn leven en was een zeer gerespecteerd man. Weinigen hadden dus verwacht dat hij ooit zou afkomen met een fantastisch verhaal als dit.


Ik keerde terug van de cairn (hoop stenen) op de piek in de mist. Ik begon te denken dat ik iets meer hoorde dan enkel het geluid van mijn eigen voetstappen. Voor elk paar stappen dat ik zette hoorde ik een zware crunch achter mij, alsof iemand stappen zette die 3-4 maal groter waren dan die van mij. Ik zei tegen mezelf dat dat onzin was. Ik bleef staan en luisterde. Opnieuw hoorde ik het. Ik keek om, maar zag niets door de mist. Ik wandelde door en bleef het geluid horen, ik werd doodsbang en liep sneller. Ik liep blindelings door de rotsen, 4-5 mijl lang, bijna tot aan het bos van Rothiemurchus. Maak ervan wat je wilt, maar er is iets vreemds aan de hand aan de top van Ben MacDhui en ik ga daar nooit meer op mijn eentje naartoe.”

Hij had zeer veel schrik wat dit met zijn reputatie zou doen, maar tegen alle verwachtingen in hoorde hij van vele mensen soortgelijke verhalen.


Een standbeeld van John Norman Collie en John MacKenzie in Sligachan, Isle of Skye.

De vroegste getuigenis over het wezen kwam van poëet James Hogg, die schreef in 1791:

Het was gigantisch en had een donkere huid, minstens 9 meter hoog en in proportie gebouwd met die lengte. Het was zeer dichtbij, ik was machteloos en overmand met angst.

Daarnaast waren er nog verschillende meldingen door de jaren heen, telkens over aanwezigheden, onduidelijke figuren, of gewoon geluiden. Pas na de speech van Collie trok het echt de aandacht van de pers en het grote publiek.

Niet iedereen geloofde het verhaal, maar door de positie van Collie werd hij toch sneller geloofd dan een willekeurige leek.



In 1943 beweerde bergbeklimmer Alexander Tewnion dat hij geschoten had op een wezen nadat hij omringd werd door een dikke mist en voetstappen hoorde. Hij zag een grote schim in de mist die op hem afliep, zonder aarzelen schoot hij erop en maakte zich uit de voeten. Hij gaf het de naam Am Fear Liath Mòr.


We bekijken nog een getuigenis van Peter Densham, die deed reddingen met vliegtuigen tijdens de 2de wereldoorlog. Hij was zich bewust van de legende maar nam ze niet serieus.


Ik at een stuk chocolade toen ik plots het gevoel kreeg dat er iemand in mijn buurt was, op zich geen abnormaal gevoel voor bergbeklimmers. Ik gaf er niet veel aandacht aan. Na een tijdje voelde ik iets koud bovenaan mijn nek. Mijn kap was naar beneden. Ik dacht dat het vocht uit de lucht en koude wind was.Dit klopte niet helemaal, want ik voelde ook een soort druk. Ik stelde me recht en hoorde een crunch vanuit de richting van de cairns aan mijn linkerkant. Ik ging vooruit om dit geluid te onderzoeken. Terwijl ik naderde moest ik denken aan de legende. Ik vond de ervaring interessant en was geen beetje bang. Toen ik dichter begon te komen voelde ik toch wat weerstand, en een plotse grote drang om van de berg weg te gaan. Ik begon te lopen en besefte algauw dat ik richting een klif liep. Ik probeerde te stoppen maar dit was enorm moeilijk, alsof iemand me duwde. Ik kon afwijken van mijn koers met veel moeite. Ik liep tot helemaal beneden en voorbij het loch van Glenmore voor ik stopte.

Op een andere gelegendheid tijdens de oorlog was hij in de Cairngorms met zijn vriend Richard Frere. Ze zochten een gecrasht vliegtuig. Na een tijdlang zoeken gingen ze ervanuit dat de melding niet correct was. Ze gaven hun team de instructie verder te zoeken en gingen zelf naar het Ben MacDui plateau. Ze kwamen aan de piek om 16u en keken naar de bergen aan de horizon:

Ik hoorde Frere blijkbaar tegen zichzelf praten, wat ik raar vond. Ik keek en kreeg de indruk dat hij het tegen iemand aan de andere kant van de cairn had. Ik ging dichterbij en deed mee in het gesprek. Het was een vreemde ervaring die bijna bovennatuurlijk leek. We praatten een tijdlang tegen iemand die we niet konden zien, het gesprek duurde een tijd voor we doorhadden dat er helemaal niemand was. Achteraf konden we allebei niet herinneren waar het gesprek over ging.

Densham is ervan overtuigd dat de berg een psychische invloed had op hem en dat net dit het gesprek had veroorzaakt. Hij heeft de berg nog vaak bezocht maar nooit meer zoiets meegemaakt.

Toch hield hij vol dat Ben MacDhui een angstaanjagende en mysterieuze plek is om alleen te zijn in de winter.


Auteur Wendy Wood vertelt in haar boek The Secret of Spey over haar eigen ervaring aan de Lairig Ghru pass. Ze komt aan de pass op een dag met lichte sneeuw. Wandelen in deze omstandigheden was niet ideaal want veel rotsblokken waren half gecamoufleerd door de sneeuw. Ze had al besloten dat dit zo ver was als ze zou gaan. Een tijdlang bewonderde ze de kliffen van Creag an Leth-Coin nog vooraleer ze zou terugkeren hoe ze gekomen was.

Plots hoort ze een stem achter haar. Een diepe, brullende stem die harde nadruk legt op lettergrepen en volop oud-Gallisch praat. Ze was zodanig bang dat ze niet kon onthouden wat er gezegd werd, laat staan proberen vertalen. Het geluid kwam nogmaals, deze keer leek het van onder haar te komen. Eerst probeerde ze zichzelf nog te overtuigen dat ze in de war was gebracht door het geroep van een hert, maar nu was ze zeker dat het een stem was. Even dacht ze ook aan iemand die in nood onder de sneeuw lag en hulp nodig had, maar de sterkte van de stem ontkrachtte dit. Eens ze zeker was dat dit niet het geval was liet ze de schrik weer toe. Ze begon te lopen, en net als professor Collie kon ze luide reusachtige voetstappen achter haar horen. Ze hoorde de stappen maar probeerde zichzelf toch te overtuigen dat het gewoon een echo van haar eigen voetstappen was, tot het geluid op een moment kwam dat onmogelijk van haar kon zijn. Hier liep ze net als zovelen voor haar, volle snelheid zo ver mogelijk weg.


Maar is het wezen zelfs wel iets tastbaar? Een theorie bestaat eruit dat het een berggeest zou zijn, geen groot wezen. In de Cairngorm Club Journal van januari 1921 lezen we dat er reeds 5 jaar meldingen zijn van een groot spectraal figuur rond de bergtop, die verdwijnt wanneer men die benadert.


Voor locals zijn de verhalen van de figuur in de bergen dan ook oud nieuws. Niet allen geloven in de Grey Man of in de berggeesten, maar de naam Fear Liath Mór en het feit dat er regelmatig mysterieuze grote wezens gezien worden op de Ben MacDhui is alom geweten.

Toch zijn er ook sightings waar zaken anders omschreven worden.

George Duncan, een advocaat en Sherrif-Substitute uit Aberdeen destijds, zegt dat hij samen met een bevriende klimmer in een karretje zat en naar de bergen keek.

“Ik kreeg de schrik van mijn leven, voor me zag ik een groot figuur in een zwart gewaad. De figuur van de Duivel zelf. Hij zwaaide met zijn armen, gehuld in lange mouwen. Ik voelde een soort angst die ik nog nooit gevoeld had, een koude rilling over mijn rug. Na een minuut gingen we een hoek om en zag ik de figuur niet meer. Mijn vriend was aan het rijden en heeft het niet gezien. Ik ben achteraf nog meermaals terug geweest maar vond nergens een boom of iets soortgelijks die kon verklaren wat ik gezien heb.”

Iedereen die de berg al beklommen heeft, heeft ook een eigen verhaal. Sommigen spreken over de voetstappen, anderen het akelig gevoel, anderen dan weer spreken over de schim, het ogenschijnlijk grote wezen, of zelfs iemand die lijkt op een gewone man, met grijze huid, die gewoonlijk in opvallend korte kledij (t-shirt) over de berg wandelt en weer verdwijnt.


Sydney Scroggie was een soldaat bij de bergdivise tijdens wereldoorlog 2. Samen met zijn divisie was hij gestationeerd nabij MacDhui. Tijdens zijn vrije momenten trok hij graag rond door de natuur, elke dag had hij wel iets nieuws te ontdekken in dit gebied. Op een dag wandelde hij tot hij uitzicht had op Loch A’an.



Het was late namiddag en hij kon genieten van het kleurenspel van de zon op het water, het mos, de stenen, de overlappende schaduwen en de rustige stilte van de natuur. Hij zette kamp en vuur op aan de Shelter Stone, een zeer groot rotsblok waar mensen vaak kamperen. Hij omschrijft:

Ik zat buiten in de stilte te roken en te kijken hoe de nacht over Loch A’an trok. Onder mij kon ik het water nog net zien glinsteren. Plots zag ik een groot en gezet menselijk figuur uit de duisternis komen aan de zijkant van het meer. Met vastberaden grote passen liep het langs het water. De figuur had geen rugzak. Ik ging kijken en stond al snel beneden. Toen ik de figuur wou benaderen zag ik hem nergens meer. Vreemd was dat ik ook nergens voetstappen vond in het zand, dus ik had geen idee welke richting hij uit ging. Ik had nog geroepen om hem te begroeten maar kreeg geen antwoord. Er was in die tijd een divisie Noorse soldaten in onze buurt gestationeerd dus ik dacht dat het een van hen was, maar die zouden antwoord geven als ik riep. Ik weet niet of ik die avond het privilege had om de Big Grey Man te zien, maar ik heb iets gezien.

Los van elkaar kunnen we snel zeggen dat de getuigenissen op weinig gebaseerd zijn. Wat echter wel opvalt is hoe lang er al soortgelijke verhalen verteld worden, telkens onafhankelijk van elkaar. Uiteraard zijn er verschillen, sommigen spreken over een wezen van 3 meter, andere zeggen 9 meter. Er zijn er die beweren dat het een aap is, dan zijn er ook die zeggen dat het een mens met olijfgroene huid is.


Maar hoe zit het qua bewijs? Allereerst, er zijn geen foto's. In de podcast hebben we het over foto's van voetstappen, die werden destijds genomen door James A. Rennie en onderzocht, maar de foto's die wij bekeken in de podcast bleken achteraf gezien niet dezelfde foto's te zijn die Rennie ooit nam, die bewuste foto's kunnen we nergens terugvinden.

Wat wel vast staat is dat Rennie een reeks voetstappen vond in Spey Valley, 24km van de Macdhui. Ze waren identiek, telkens een meter uit elkaar. Hij zou echter ontdekken dat regen deze vormen in de sneeuw veroorzaakte, niet een of ander groot wezen.


Een andere theorie voor dit alles is de Brocken Spectre, wat een fenomeen is waar licht en mist ervoor zorgt dat je je eigen vorm geprojecteerd en uitvergroot ziet.



Met dit in gedachten, laten we de getuigenis van James Hogg uit 1791 van iets dichter bekijken.

Hogg beschrijft hoe de zon achter de mist zat, de figuur die hij ziet is donker en groot en enkel te zien in de mist. Hij loopt angstig weg tot hij beneden de berg is. De volgende dag maakt hij dezelfde tocht. Deze keer is de zon nog feller en de mist nog dikker. Op exact diezelfde plaats ziet hij dezelfde figuur die hem bang gemaakt had. Grijze donkere huid, 9 meter hoog en in proportie. Hij nam zijn muts af om aan zijn hoofd te krabben, en tot zijn verbazing deed het monster exact hetzelfde. Hogg heeft nog een tiental minuten spelletjes staan spelen met de ‘schaduwduivel’ maar de angst was weg.



De Bodhisattva

Er is een geloof bij boeddhisten in Schotland dat MacDui de woonplaats is van een heilig of ‘perfect’ wezen van hun geloof, en dat zwevende Tibetaanse monniken regelmatig samenkomen in een grot van de berg om het lot van de wereld te bespreken. Ook onder de boeddhisten zijn er encounters, zoals die van Captain Sir Hugh Rankin:

Rankin zou samen met zijn vrouw op de berg gefietst hebben en daar de “aanwezigheid” niet enkel gezien hebben maar er ook mee gesproken hebben. Ze herkenden het meteen als een Bodhisattva, een van de vijf Perfecte Mensen die het lot van de wereld bepalen. Ze leven al miljarden jaren en zijn altijd vriendelijk tegen stervelingen. Sir Hugh werd kwaad als deze wezens als monsters omschreven werden.

Ze ontmoetten hem en herkenden hem onmiddellijk voor wat hij was en ze gingen op hun knieën zitten als eerbetoon. Het was ongeveer 1m90 volgens hen met lange ledematen. Hij had een olijfkleurige huidskleur, sterke kaak en een Indo-Arische neus, whatever that means. Lange, vloeiende lokken donker haar en droeg een lang gewaad en sandalen.


Bodhisattvas zijn immuun tegen temperatuur, ze voelen geen warmte en koude, ze kunnen eten en drinken doen verschijnen wanneer ze dat willen en kunnen zweven om zich te transporteren.

De aanwezigheid sprak tegen hen in wat ze geloven dat Sanskrit was. Ze zagen licht van achter de figuur komen terwijl die sprak.

De Bodhisattva zou 10 minuten bij hen gebleven zijn. Zo lang de ontmoeting duurde hoorden ze ook voortdurend muziek spelen. Onderandere doedelzakken.


Conclusie

Puur op wat we lezen en horen van de vele getuigenissen is het moeilijk om een definitieve ja of nee te geven, er is boeiend bewijs van beide kanten. We moeten echter wel rekening houden dat dit een drukbezochte toeristische trekpleister is geworden intussen en dat er tot op heden 0 stukken fysiek bewijs zijn dat er iets onbekend leeft op Schotland's tweede grootste berg. Tot we daadwerkelijke foto's of videos kunnen zien houden we het dus maar op een nee.


62 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven